Hoe werkt een illustrator?

Djenné Fila werkt met veel verschillende materialen en technieken om haar illustraties te maken. En dat doe je op een hele bijzondere manier. Je maakt namelijk geen hele tekening, maar je werkt met structuren en vlekken op papier. Bijvoorbeeld in dit boek. ‘Toen een rups een vlinder werd’. Deze prachtige vlinder. Hoe heb je dat gedaan? Ja, het klopt. Ik maak met patronen en texturen eigenlijk allemaal vlakken en vormen op het papier. Nou, zoals je hier ziet met oranje verf bijvoorbeeld. Of echt met oranje vellen en ecoline. En daarmee schilder ik eigenlijk vlakken en losse onderdelen en daaroverheen teken ik weer. En zo bouw ik eigenlijk laagjes op. Bijvoorbeeld met een krijtje of met een potlood zet ik weer lijnen over het vlak heen. En het lijfje van de vlinder heb ik van dit bruine papier gemaakt. Dat heb ik geschilderd en daardoor ontstaan er ook weer allemaal patronen en kan ik het lijfje van de vlinder maken. En die vlakken en patronen die ik dan heb gemaakt, die ga ik uitknippen. Bijvoorbeeld hier voor de vleugels van de vlinder. En dan heb ik allemaal losse onderdelen die ik in elkaar kan schuiven. Al die losse onderdelen gaan we nu eigenlijk pakken en op elkaar stapelen en schuiven. Totdat je denkt nou, zo moet het er ongeveer uit komen te zien. En je werkt dus met allemaal verschillende laagjes en vormen. Dus eigenlijk zijn we een soort van collage aan het maken. Ja, het is precies een collage eigenlijk. En wat leuk is als je die beentjes en armpjes dus ook losknipt kan je dus zelf kijken hoe je wil dat die zijn armen houdt. En dan het hoofdje het hoofd en zijn voelsprieten mis je nog. Wat ik normaal doe is dan scan ik ook de vormen allemaal nog los in de computer en dan kan ik het digitaal eigenlijk ook nog in elkaar schuiven en nog meer details aanbrengen en heel veel laagjes over elkaar stapelen. Dat heb je dus serieus gedaan voor alle dieren in dit boek. Ja, voor allemaal. Wat een werk!